Geschiedenis falabella

De geschiedenis van het Falabella paard vindt zijn oorsprong in de 16e en 17e eeuw toen door Christoffel Columbus en de conquistadores Spaanse paarden naar Zuid-Amerika werden gebracht, met als doel Latijns Amerika, waaronder ook Argentinië, te veroveren.

Voor de strijd op het slagveld werd een temperamentvol, moedig en daarnaast zeer meegaand paard meegenomen: de Andalusiër. Dit ras dankt haar afkomst aan diverse andere rassen zoals het originele, primitieve Iberische of Sorraia-paard. Deze Sorraia paarden bestaan nog steeds en vertonen veel kenmerken van het Tarpan paard, zoals een primitieve aalstreep op de rug en zebra aftekeningen op de benen. Daar Spanje langere tijd bezet werd door de Moren (gearabiseerde Berbervolken), zien wij naast het Iberische paard ook de invloed van het Berberpaard terug ( niet te verwarren met het Arabische paard!). Daarnaast vinden wij in de Andalusiër nog Oriëntaalse invloeden terug.

Deze veelzijdige mix, samenkomend in de Andalusiër beschikte naast het prettige karakter eveneens over een groot uithoudingsvermogen. Bovendien bleek het paard bijzonder wendbaar bij het uitvoeren van behendige manoeuvres op het slagveld. Deze combinatie maakte hem tot een uitstekende bondgenoot in oorlogstijd.

De geschiedenis vertelt ons dat de komst van deze Andalusiër in Zuid-Amerika van belangrijke invloed is geweest op de Amerikaanse paardenrassen. Veel paarden werden na de mislukte veroveringen op de pampa’s achtergelaten en moesten alleen zien te overleven. De paarden leefden zo’n 400 jaar lang in het wild en hun genen vermengden zich gaandeweg met elkaar. Zo gebeurde het dat de Spaanse importen de grondleggers werden van talrijke nieuwe paardenrassen en – typen die tegenwoordig in de Verenigde Staten en omstreken leven, zoals de Criollo, Mustang, Paso Fino en de zo opvallend gevlekte Appaloosa.

Wij mogen concluderen dat ook de oorsprong van het Falabella paard nauw samenhangt met de oorsprong van het Latijns-Amerikaanse paard, in bijzonder de Criollo. Hoogstwaarschijnlijk is een groep van deze paarden afgezonderd geraakt van hun soortgenoten en leefden zij langere tijd geïsoleerd. De onvermijdelijke kruisbestuiving was een feit. Daarnaast moesten de dieren zien te overleven in zware omstandigheden met weinig voedsel, grote temperatuurverschillen, zware stormen en de onherbergzaamheid van het terrein. Aangenomen wordt dat al deze factoren waarschijnlijk de genetische verandering voor een kleiner type paardje veroorzaakten bij iedere opeenvolgende generatie. Zo ontstond uiteindelijk een klein formaat paardje, welke de voorloper werd van de latere Falabella.

Eén belangrijke opmerking lijkt hier nog op zijn plaats: ten onrechte wordt namelijk vanwege het kleine formaat van de Falabella nogal eens de benaming pony gebruikt. Echter gezien de hierboven beschreven afkomst is de Falabella een paard! Het dier heeft zowel het karakter als ook de verhoudingen die kenmerkend zijn voor paarden, hetzij dan in verkleinde vorm.

Na de vroege geschiedenis gaan wij nu naar het jaar 1845. De eigenlijke ontdekking vond plaats in 1845 toen de Ier Newtall een aantal van bovengenoemde kleine paardjes ontdekte in de kudde van Mapuche Indianen in de Zuidelijke provincie Buenos Aires. De betoverende uitstraling van dit miniatuurpaardje bracht Newtall ertoe enkele van deze kleine paardjes in zijn bezit te krijgen. Na vele jaren fokken beschikte hij over een kudde van deze kleine paardjes. Ze waren toen al kleiner dan één meter, maar hadden nog dezelfde kenmerken als de eerdere generaties die nog in de kuddes van de Indianen liepen.

In 1879 schonk Newtall deze kudde aan zijn schoonzoon de heer Juan Falabella. Hij was het die het ras verder verbeterde en verkleinde. Hij gebruikte hiertoe een aantal kleine Europese rassen, de Shetland pony en kleine volbloeden. Zo slaagde hij erin een klein harmonieus, evenwichtig en perfect geproportioneerd paardje te fokken, met een fijne botstructuur, een slanke buik en flanken, teder en met een heel vriendelijk karakter. Rond 1900 had het Falabella – miniatuurpaard, dat op dat moment al als onafhankelijk ras door het leven ging, zijn huidige vorm verkregen.

In het jaar 1927 kreeg Señor Julio César Falabella de leiding in handen van het “Establecimientos Falabella”. Hij zag het als zijn taak een begin te maken met de registratie en het verdere systematiseren van het fokproces van de Falabella miniatuurpaarden en al hun nakomelingen. Vanaf dat moment wordt er geen vreemd bloed meer ingebracht.

Na het overlijden in 1980 van Señor Julio César Falabella werd zijn levenswerk voortgezet door zowel zijn vrouw Maria Louisa de Falabella op het Establecimientos in Argentinië als door zijn dochter Maria Angelica Falabella in South Carolina (USA). Beide stoeterijen werden de producenten en exporteurs van het Falabella ras.